Darten is een eeuwenoud spel. Waar het precies vandaan komt is niet bekend, maar waarschijnlijk is het begonnen met het gooien van korte speren op bijvoorbeeld omgekeerde bodems van wijntonnen en later op doorgezaagde boomstamschijven. De jaarringen van de boom verdeelden de schijf in vakjes voor de puntentelling.

De term vogelpik is afkomstig van een soortgelijk spel dat vroeger gespeeld werd in cafés. Dit spel bestond uit een roos met ringen, niet zoals het actueel dartbord dus, en een nagemaakte vogel met een scherpe snavel. De vogel werd met een koord aan het plafond opgehangen en de spelers probeerden de snavel van de vogel in de roos te ‘zwieren’.
De baan
Voor een wedstrijdbaan is een minimale ruimte nodig met een lengte van 4 meter, een breedte van 3 meter en een hoogte van 3 meter. Thuis kan er ook met een kleinere ruimte worden volstaan. Het dartbord moet zo worden opgehangen dat het midden van het bord (de bullseye) 1,73 meter (5 ft 8 in) boven de vloer hangt. De afstand van de werplijn (oche, uitspraak: ‘okkie’) tot de voorkant van het dartbord bedraagt 2,37 meter (7 ft 9¼ in). De oche moet minimaal 61 centimeter (2 ft) breed zijn. Ter controle van deze 2 afmetingen kan de diagonale lijn tussen het hart van het dartbord tot de oche gemeten worden. Deze behoort dan 2,93m te zijn. Naast het dartbord hangt vaak een scorebord. Verder moet er voldoende verlichting aanwezig zijn, zodanig dat er geen hinderlijke schaduw op het bord ontstaat als de darts in het bord zitten.

Het dartbord
Het wedstrijdbord dat tegenwoordig gebruikt wordt komt uit Londen. Het dartbord bestaat uit een ronde vezelplaat van 18 millimeter dik, waarop sisalvezelborsteltjes onder grote druk gelijmd en geperst worden. Het geheel wordt omlijst door een metalen band. Het bord wordt voorzien van een vakindeling door middel van verschillende kleuren. Vervolgens wordt er een metalen web op bevestigd dat diezelfde vakindeling heeft. De functie van dit web is er voor te zorgen dat altijd duidelijk is in welk vak een dart gegooid is. Op de buitenzijde wordt een metalen ring aangebracht waarop volgens de vakindeling bepaalde cijfers zijn bevestigd. Deze ring is los te maken, zodat de cijfers ten opzichte van het bord verschoven kunnen worden. Het is de bedoeling dat het vak (bed) 20 middenboven zit. Op deze 20 wordt normaal gesproken het meest gegooid. Hierdoor zal de bodemplaat dan ook in dit vak het eerste kapot gaan. Elke dart die gegooid wordt tast de vezeltjes van het bord aan. Door de lijmlaag valt het bord niet uit elkaar, maar na verloop van tijd wordt op bepaalde plaatsen een opeenhoping van vezeltjes zichtbaar, in de vorm van bulten. Om dit te voorkomen dient het bord om de zoveel tijd gedraaid te worden, zodat het cijfer twintig weer boven een nieuw, minder gehavend deel van het bord staat. De 20 staat wel altijd boven een zwart deel. Moderne sisalvezelborden moeten beslist niet geregeld worden natgemaakt zoals nog wel wordt gedacht.

Puntentelling
Het dartbord is verdeeld in ringen en sectoren. De getallen langs de rand geven het aantal punten aan voor een pijltje in de desbetreffende sector. Deze sectoren zijn onderverdeeld in nog een aantal kleinere vakken.
- In het midden is de double bull of bull’s eye (rood), 50 punten.
- Daaromheen de single bull (groen), 25 punten.
- Daaromheen een brede ring, het bed (zwart en wit), waarvoor het aantal punten geldt dat op de rand van het bord staat.
- Daaromheen een smalle ring, de triple (of treble) ring (rood en groen). Deze levert drie maal het puntenaantal op.
- Daaromheen weer een bed.
- Daaromheen de double ring (rood en groen) met twee keer het aantal punten dat bij het betreffende vak staat.
Een dart in de buitenste zwarte rand (waar de cijfers staan) of naast het bord levert geen punten op. Ook een bouncer, een dart die van het bord terugkaatst, heeft geen score tot gevolg.
Bron: Wikipedia
No comments yet.